Een stukje geschiedenis
In Nederland waren we er al vroeg bij. De eerste motorvlucht van de gebroeders Wright was in Amerika de inspiratie om vliegtuigmodellen te gaan bouwen. Nederland volgde snel, de eerste vliegtuigen leken op de full size machines, maar zo rond 1909, vlogen echt goed werkende modellen met als motor een stuk elastiek met een of twee propellers. In wedstrijden ging het om afstands vluchten zowel als duur vluchten. De clubs werden proefvliegclubs genoemd en de vliegtuigen proefvliegtuigen. De Rotterdamse Luchtvaart Club was de eerste, snel gevolgd door clubs in Den Haag en Amsterdam. Een hoogtepunt uit die tijd was het winnen van de afstands vlucht van R.B.C. Noorduyn in 1912 te Greenford Engeland, met 630 yards, met zijn monoplane type X.
Het volgende stukje geschiedenis van de modelvliegerij begint in Amerika met hernieuwde interesse na de vlucht over de oceaan van Lindberg in 1927. Bij ons zou het iets langer duren; de postvlucht van de Pelikaan in 1933, brengt de luchtvaart landelijk weer dagen lang op de voorpagina van kranten en vult het radio nieuws. Het vindt bij de jeugd zijn weerslag in het bouwen van modelvliegtuigen. Alweer onder de kundige leiding van verschillende KNVvL medewerkers worden er clubs opgericht en leermogelijkheden in de praktijk gebracht. Met de hulp van Ir. Juste (Joep) van Hattum gaat het in 1936 snel voorwaarts. Er komen jaarlijkse luchtvaartkampen, selectie wedstrijden voor de wakefield cup en in 1937 en ‘38 wordt er een ploeg naar het buitenland uitgezonden. In deze tijd is het motorvliegtuig een van balsa opgebouwd en met papier bekleed model met een door strengen elastiek aangedreven propeller. Er worden ook veel zweefvliegtuigen gebouwd. Deze worden gemaakt van grenen latten en triplex spanten.


Vanaf 1939 worden er ook vliegtuigen met verbrandingsmotor gebouwd, zij het slechts in geringe mate. De motoren waren erg duur, in 1940 en ‘41 zijn er verschillende wedstrijden gehouden o.a. te Noordwijkerhout. Eind 1941 word de modelbouw geheel naar de bezetter zijn wil omgevormd, wat een groot verlies van interesse met zich mee brengt.

Pas in 1945 pakt men de draad weer op, de naoorlogse periode brengt veel vernieuwingen met zich mee. In de 50er jaren is de verbrandingsmotor algemeen goed geworden en het lijnbestuurd model is naast de vrije vlucht een belangrijk onderdeel van de vliegende modellen. Voortschrijdende ontwikkeling in de elektronica van de jaren ‘60 maken dat het modelvliegen nagenoeg alleen maar een op afstand bestuurd vliegen wordt, de laatste 50 jaar verfijnd tot zo als we dat nu kennen. Je kunt het verleden niet opnieuw uitvinden, maar wel ontdekken dat we veel vergeten zijn.
Vintage
Vintage dat is het opnieuw bouwen van in het verleden ontworpen modelvliegtuigen meestal van voor 1950, er zijn vliegtuigen met verbrandingsmotor, z.g. rubbermotor modellen, en zweefvliegtuigen, je kunt er mee aan een vintage wedstrijd mee doen. Dat is over het algemeen vrije vlucht maar er worden ook veel oude ontwerpen omgebouwd tot moderne op afstand bestuurde modelvliegtuigen. De keuze aan modellen die je kunt bouwen is ontzettend groot, van de meest eenvoudige tot geheel originele replica's met benzine motor uit de zelfde tijd.
door J.J. Bakker en J. Gardeneers