KNVvL Modelvliegsport

Terrreinreglement

In het terreinreglement dienen ondermeer navolgende punten te zijn beschreven. De vereniging dient te hebben omschreven hoe het reglement wordt nageleefd.

LEIDING VAN HET VLIEGBEDRIJF:

  • De omstandigheden waaronder slechts onder leiding van een vliegleider kan worden gevlogen;
  • De manier waarop vliegleiders worden aangesteld;
  • De taken en bevoegdheden van de vliegleider.

FREQUENTIEBEWAKING:

  • Toegestane frequenties en de manier waarop het veilige gebruik daarvan wordt bewaakt.

VEILIGHEID VOOR PERSONEN EN ZAKEN OP DE GROND:

  • De manier waarop het modelvliegveld wordt afgebakend;
  • Locaties waar vliegers zich opstellen;
  • Locaties waar niet-vliegers zich mogen bevinden;
  • Locaties waar publiek zich kan ophouden;
  • Procedures aangaande het veilig gebruik van brandstof en elektromotoren.
  • De manier waarop publiek voor risico’s wordt gewaarschuwd en tegen risico’s wordt beschermd.

VEILIGHEID IN DE LUCHT:

  • Het toegestane vlieggebied;
  • De toegestane typen modelvliegtuigen;
  • De locatie en richting van start en landingsbanen, circuit, uit- en aanvliegroutes;
  • De manier waarop vliegers elkaar onderling waarschuwen voor normale zaken zoals start en landing, en voor (gedwongen) afwijkingen van de routine.
  • Maximum vlieghoogte indien dat afwijkt van het gestelde in de Regeling Modelvliegen.

OMGEVING:

  • Toegestane vliegtijden;
  • Toegestaan aantal gelijktijdig vliegende (motor-) modellen;
  • Toegestane geluidsdruk voor motormodellen en de manier waarop dit wordt gecontroleerd;
  • De manier waarop derden zo nodig worden geïnformeerd over het begin en einde van het vliegen.